Nederlands                                            


           Flag European-Union animated gif 120x90   Flag Great-Britain animated gif 120x90



Welkom in het Oertijdmuseum.
 

In 1971 gaan Werner en Cilia Fraaije met hun kinderen Renť, Cecile, Bart en Marco (dan 11, 7, 6 en 3 jaar) op zomervakantie in Overijssel. Ze zijn er op zoek naar prehistorische hunnebedden. Tijdens ťťn van de tochten komen ze 2 wat oudere dames tegen. Die vertellen dat ze zoeken naar fossiele sponzen van 450 miljoen jaar oud, Astylospongia genaamd, maar dat ze in de afgelopen 10 jaar nog maar 1 keer een compleet exemplaar gevonden hebben. Aangestoken door hun enthousiasme willen de kinderen nu ook fossielen gaan zoeken in die grindgroeve.
En prompt die dag vind Renť een complete Astylospongia!!!
Op dat moment slaat het "fossielen verzamel virus" toe. Renť​ gaat geologie studeren aan de universiteit in Utrecht en studeert af als paleontoloog. Van het ťťn komt het ander. De verzameling die ooit begon op een zolderkamertje mondt in 1999 uit in het Oertijdmuseum de Groene Poort!

U bevindt zich nu in het bezoekerscentrum. Hier ziet u het skelet hangen van Casper, de potvis.
De potvis is een mooi voorbeeld van het evolutieverhaal. De potvis is namelijk geŽvolueerd van landdier naar zeedier. De voor-ouder van alle walvissen is de Indohyus, een hertachtig dier. Dit dier had verzwaarde botten. Hierdoor was het mogelijk over de bodem van een rivier te lopen, om zich te verstoppen voor roofdieren. Langzaam veranderde dit dier. Zijn poten kwamen schuin tegen zijn lichaam te staan, zoals bij een krokodil. Zijn voorpoten waren kort, die gebruikte hij om te sturen. Zijn grote platte achterpoten gebruikte hij als flipper om vooruit te komen. Zo werd hij steeds meer een echt zeedier. Uiteindelijk verdwenen de achterpoten helemaal en werden de voorpoten vinnen. Zijn gehoororgaan is helemaal aangepast aan het horen onder water. Van de 2 neusgaten die de voorouders hadden, gebruikt de potvis er nog maar 1: het spuitgat. Hij kijkt onder water niet meer met zijn ogen, maar met een natuurlijk sonarsysteem. De potvis eet diepzee-inktvissen die hij grijpt met zijn ondertanden en dan in hun geheel doorslikt.

Ga nu door het poortje het museum in. Als u via de hellingbaan naar boven loopt, ziet u aan de linkerkant het leven in het water met o.a. vissen, kwallen en krabben. Eťn van deze krabben is de Lithodes. Deze krab heeft, anders dan de meeste krabben, 8 poten. Dit zijn 6 looppoten en 2 eetpoten. Gewone krabben hebben 8 looppoten en 2 eetpoten. Halverwege de hellingbaan staat de vitrine met daarin het fossiel van de Astylospongia, het fossiel dat Renť als kleine jongen vond. Verder over de hellingbaan naar boven hangen diverse foto's. Deze ruimte wordt gebruikt voor wisselende exposities.

Boven aangekomen ziet u een plaat met fossiele vissen. Als een vis doodgaat zakt hij naar de bodem. Door zuurstof en bacteriŽn rot hij dan weg. Onder bijzondere omstandigheden kan de vis echter afgesloten worden van zuurstof en micro-organisme, bijvoorbeeld bij een lange, strenge vorstperiode. Een dode vis kan dan relatief snel bedekt raken door een laagje van miljoenen algen. Iedere zomer en winter levert een nieuwe laag algenslib op. Zo komt de vis, na duizenden jaren, onder een dik pakket van algenslib te liggen. Deze lagen worden steeds dieper in de aardkorst gedrukt. Hierdoor nemen de druk en de temperatuur toe en blijft er na miljoenen jaren van 100 cm. algenslib slechts 5 cm. steen over. Daarin worden fossiele vissen gevonden.

In de vitrine meteen achter deze plaat, staat een fossiel van een heremietkreeft. Dit is de eerste heremietkreeft die gevonden is in een ammoniet. Een uniek exemplaar dus!

In de vitrines aan de raamkant liggen vondsten uit de Romeinse tijd, de Prehistorie en zo verder terug de tijd in.

Aan uw linkerkant staan 2 vitrines onder een groot schilderij. Daarin liggen fossielen die allemaal hier uit Het Groene Woud komen. Het zijn fossiele overblijfselen van in zee levende dieren zoals krabben, schelpen, haaien, walvissen en dolfijnen, maar ook van landplanten zoals stukken hout, beukennootjes, houtzwammen e.d. De fossielen zijn zo'n 5 miljoen jaar oud.

U komt nu bij de eerste bewegende dinosaurus, de Herrerasaurus. Dit is de oudste vleesetende dinosaurus die we kennen. Hij leefde zo'n 230 miljoen jaar geleden. Zijn onderkaken zijn aangepast aan het naar binnen schrokken van grote stukken vlees doordat ze aan hun zijkanten naar buiten konden klappen. Herrerasaurus voldoet dus aan het beeld van een gevaarlijke rover.

Tegen de muurkant staat een 9-tal vitrines.
In de eerste staan diverse schedels. Zeer bijzonder is die van het hertzwijn (onderin in het midden). In de tweede ziet u agaten; prachtige kunstwerkjes uit de natuur. In de derde vitrine liggen kreeften, krabben en trilobieten. Trilobieten leefden van ongeveer 570 miljoen tot 230 miljoen jaar geleden. Het zijn de eerste geleedpotigen die wereldwijd in de oceanen voorkwamen. De meeste zochten hun voedsel op de zeebodem door modder te filteren. Enkele soorten ontwikkelden zich tot roofdier. Men vermoed dat ze zelfs elkaar aanvielen en opaten. Trilobieten zijn mogelijk de eerste dieren die konden zien. Sommige soorten hadden zulke grote ogen, met wel 15.000 lenzen per oog, zodat ze bijna 360į rond konden kijken zonder hun kop te draaien. Andere hadden ogen op steeltjes ontwikkeld. Uniek is dat alle lenzen bestaan uit het mineraal calciet. Hiermee onderscheiden ze zich van alle andere dieren want die hebben lenzen die opgebouwd zijn uit eiwit. Men vermoed dat trilobieten zijn uitgestorven door de komst van roofvissen. Tijdens het vervellen van hun pantser waren ze tijdelijk erg kwetsbaar.

In de vierde en vijfde vitrine liggen ammonieten. Ammonieten hebben hun naam te danken aan de Griekse God Ammon, die afgebeeld werd als een man met het hoofd van een ram. Ammonieten lijken op de gekrulde ramshoorns. Ammonieten zijn een groep zeedieren die wereldwijd in grote getale voorkwamen, van 423 miljoen jaar geleden tot 65 miljoen jaar geleden, waarna ze om nog onbekende redenen uitstierven, tegelijk met de dinosauriŽrs. Ze kwamen voor in honderden soorten. De gemiddelde afmetingen variŽren van 1 cm. tot 60 cm. Maar er zijn er ook gevonden met een doorsnee van 2 tot 3 meter!

In de zesde vitrine liggen fossiele vissen uit het Vroeg Krijt uit BraziliŽ.

In de zevende vitrine ziet u onder andere de evolutie van de olifanten.

In de achtste en negende vitrine liggen botten, tanden en schedels van zoogdieren uit de IJstijd. ​​

U loopt nu langs de tweede bewegende dino. Voorbij die dinosaurus kunt u een deur door en komt u op de overloop. In de vitrines ziet u diverse dinosaurusbotten en ook eieren van verschillende dinosauriŽrs liggen. Net als andere reptielen legden dinosaurussen eieren. De eieren van de vleeseters zijn langwerpig, die van planteneters zijn bolvormig. Ook liggen er tanden van diverse dinosaurussen. Die worden over de hele wereld gevonden. Tanden worden beschermd door een harde glazuurlaag waardoor de kans groter is dat de tand goed bewaard blijft dan bij de brozere botten. Ook aan de tanden zie je het verschil tussen vleeseters en planteneters. De vleeseters hebben een speerpunt, de planteneters hebben richels op hun tanden.​

Verder ziet u allerlei zeedieren, waaronder enkele soorten haaien. Haaien zijn jagers. Ze ruiken om hun maaltijd te vinden. Dat kunnen ze erg goed. 1 Druppel bloed in het water ruiken ze vanaf anderhalve kilometer afstand! Eigenlijk lusten haaien geen mensenvlees, maar een haai ziet soms geen verschil tussen een mens en bijvoorbeeld een zeeleeuw of een schildpad. Bij twijfel bijt hij. Proeft hij mensenvlees dan laat hij los en zwemt hij weg. De meeste mensen worden dus maar 1 keer gebeten, maar dat kan evengoed dodelijk zijn. Haaien wisselen hun hele leven tanden. De tanden beginnen onderin de kaak te groeien, schuiven langzaam omhoog en komen op een gegeven moment uit het tandvlees. Als hij tanden verliest uit de voorste rij komen er tanden uit de tweede rij naar voren. Zo houdt de haai altijd scherpe tanden.

Links zie je het laboratorium waar we werken aan 'Kirby' de Diplodocus.

U komt nu in de glazen dinohal. Hier ziet u skeletten van verschillende dinosaurussen en zeereptielen. Hieronder volgt meer informatie:

De Mosasaurus is eigenlijk geen dinosaurus maar een gevaarlijk zeereptiel. Zo'n 66 miljoen jaar geleden maakte hij de wereldzeeŽn onveilig. Een monster met een Nederlands tintje; de eerste fossielen resten werden gevonden bij Maastricht. Mosasaurus betekent dan ook letterlijk "Maashagedis". Een Mosasaurus kon maximaal 18 meter lang worden.

PterosauriŽrs ontwikkelden zich 220 miljoen jaar geleden en stierven 66 miljoen jaar geleden uit. Ze waren de grootste dieren in de lucht, in de tijd dat dinosaurussen de grootste dieren op het land waren. Ze hadden een spanwijdte van over de 10 meter. Hun skelet was heel licht en sterk. Door hun grote zweefvermogen konden ze tot wel 16.000 kilometer per vlucht afleggen!

De naam Brachiosaurus betekent arm-hagedis. Hij kreeg deze naam vanwege zijn sterke voorpoten (armen) Het is nog altijd 1 van de grootste en zwaarste dino's die we kennen met een lengte tussen de 23 en 30 meter en een gewicht tussen de 30.000 en 52.000 kilo!!! Zelfs een olifant is voor hem maar een dwergje! De Brachiosaurus moest door zijn enorme omvang ook veel eten, zo'n 200 kilo per dag. Dankzij zijn lange nek kon hij makkelijk bij de bladeren hoog in de bomen.

De Stegosaurus was een planteneter die 150 miljoen jaar geleden leefden. De naam Stegosaurus betekent "bedekte hagedis". Zijn rug was "bedekt" met verharde platen. Deze beenplaten op zijn rug waren niet voor bescherming tegen roofdieren, maar dienden als warmteregeling. De huid van de platen zat waarschijnlijk vol bloedvaten. Als hij in de zon ging staan warmde zijn lichaam snel op. Als de temperatuur te hoog opliep kon hij afkoelen door met zijn platen in de wind te gaan staan. Ook communiceerde de Stegosaurus met zijn beenplaten. Dit zou hij hebben gedaan door meer bloed naar de platen te laten stromen, zodat ze feller van kleur werden. Hierdoor zou hij er nog indrukwekkender uitzien om roofdieren af te schrikken of om vrouwtjes aan te trekken. Aan de punt van zijn staart zaten een paar gemene stekels zodat hij zich kon beschermen tegen roofdieren.​

De Tricertops heeft zijn naam te danken aan de hoorns op zijn kop. De naam betekent zoiets als "gezicht met 3 hoorns". Waar die hoorns voor dienden is nog altijd onduidelijk. Sommige wetenschappers denken dat de dino's de hoorns gebruikten om te vechten, anderen vermoeden dat ze daar te zwak voor waren en eerder dienst deden als machtsvertoon. Ze waren inderdaad een indrukwekkende verschijning. Naast de 3 hoorns had de Triceratops in zijn nek ook nog een enorm schild dat 1 van zijn kwetsbaarste delen, zijn hals, beschermde. Daar komt nog bij dat hij vrij groot was; hij kon wel 3 meter hoog en 9 meter lang worden en woog al snel zo'n 5.000 kilo. De laatste Triceratops legde ongeveer 65 miljoen jaar geleden het loodje. Een meteorietinslag zou de oorzaak zijn.

De Tyrannosaurus rex wordt ook wel "de koning van de tiransauriŽrs" genoemd. De zwaarste T-rex ooit gevonden (Sue) zou zo'n 9.500 kilo hebben gewogen. De schedel van dit enorme exemplaar is maar liefst anderhalve meter lang. Een replica van Sue staat op het parkeerterrein. Een "normale" T-rex zou zo'n 6.000 tot 8.000 kilo hebben gewogen. Natuurlijk zijn ook deze giganten ooit heel klein geweest. Wanneer ze uit hun ei kropen moeten ze minder dan 10 kilo hebben gewogen. Maar de kleine T-rexjes werden rap groot. Uit onderzoek blijkt dat de jonkies met name in hun tienerjaren (tussen 10-12 en 17-18 jaar in het bijzonder) heel snel groeiden. Dan konden ze in een jaar tijd wel 1.000 kilo zwaarder worden.


Als u door de deur gaat komt u in de speelhal. Daar vindt u het skelet van Lucy. In 1974 werden in EthiopiŽ botten gevonden van een mens-achtige. Deze botten bleken 3,2 miljoen jaar oud te zijn! Niet alle botten van dit skelet worden gevonden, maar wel genoeg om te zien dat het om een vrouw gaat en om te bedenken hoe zij er ongeveer uit moet hebben gezien. Ze was 1,10 meter. De bouw van haar heupen en knieŽn toont aan dat ze rechtop heeft gelopen. Aan haar tanden is te zien dat ze voornamelijk fruit at, maar waarschijnlijk ook vlees. De hele groep paleontologen viert in het kamp deze vondst onder het genot van een drankje en muziek. Als ze het nummer "Lucy in the sky with diamonds" van the Beatles horen, krijgt de vrouw haar naam: Lucy!​​

Als u door het horeca gedeelte loopt komt u bij de tuindeuren. Dat is de toegang tot de tuin en het oertijdbos. Naast vele verschillende planten en bomen staan er nog veel dino-beelden. Wij wensen u nog een fijne wandeling en verder een prettige dag!



             Flag Great-Britain animated gif 120x90